Schenken en erven in het kader van bedrijfsopvolging
There are no translations available.

Schenken en vererven van ter beschikking gestelde zaken zoals bedrijfspanden voor de schenk- en erfbelasting, mede in het kader van bedrijfsopvolging

Vaak komt het voor dat vader een bedrijfspand in privé heeft. Hij stelt dit dan ter beschikking aan de onderneming dan wel vennootschap van zijn zoon, die hem in zijn bedrijf opvolgt. Dit is een klassiek voorbeeld van een terbeschikkingstelling (TBS).

Overigens ter inleiding: hoe kan zoon vader opvolgen ?

SITUATIE VAN OPVOLGING TIJDENS LEVEN:

Wilt u uw zoon laten opvolgen, richt dan samen met hem een nieuwe B.V. op. Breng daarin vervolgens uw bestaande onderneming in tegen uitgifte van nieuwe preferente aandelen aan u. Vervolgens neemt uw zoon voor tenminste € 18.000,00 gewone aandelen, waaraan het stemrecht verbonden is. Zo maakt u de bedrijfsoverdracht voor uw zoon bedrijfsopvolger financierbaar. Hij hoeft zodoende maar € 18.000,00 van de bank te lenen.

Heeft u uw onderneming al in een B.V. ingebracht: U kunt dan uw eigen aandelen omzetten in preferente aandelen. Aan uw zoon worden dan nieuwe gewone aandelen uitgegeven, waaraan de zeggenschap in het bedrijf gekoppeld wordt.

Preferente aandelen zijn aandelen die de zoon niet direct over hoeft te nemen wanneer hij uw bedrijf voortzet. Hierin stopt vader de waarde ten tijde van de opvolging, zijn eigen opgebouwde bedrijfswaarde. Zoonlief kan zich dan inkopen door in stadia het pakket preferente aandelen van vader over te nemen al naar gelang hij daarvoor voldoende winst genereert. Ondertussen heeft hij als enig gewoon aandeelhouder wel de zeggenschap in zijn B.V. en neemt zo zelfstandig alle ondernemersbeslissingen.

Ook kunt u beslissen dit pakket aandelen gewoon te houden en dit te zijner tijd te laten erven door uw zoon of het aan hem te schenken. In die gevallen is de hoge vrijstelling van erf- en schenkbelasting in het kader van de bedrijfsopvolging van toepassing (=BOR). Zorgt u er dan wel voor dat u een gewoon aandeel als aandeelhouder heeft.

SITUATIE VAN OPVOLGING DOOR SCHENKING TIJDENS LEVEN EN ERVEN BIJ OVERLIJDEN:

Nu iets meer over dit schenken en vererven van bijvoorbeeld zo'n TBS-bedrijfspand en dan met name in verband met de onbelaste vrijstelling voor de bedrijfsopvolging (= BOR) en in verband met schenk- en erfbelasting.

Ten aanzien van schenken geldt voor de inkomstenbelasting (= IB) hetgeen hierna wordt opgemerkt. Daarnaast is bij schenken is schenkbelasting verschuldigd. Echter: Indien sprake is van een onderneming zijn er heel grote vrijstellingen zodat vaak zo'n belasting niet verschuldigd is dan wel in zeer beperkte mate.

Ten aanzien van het erven: Dan is er, indien de verkrijger daarvoor kiest, geen IB verschuldigd omdat de TBS geacht wordt niet te zijn gestaakt en omdat de verkrijger de TBS voortzet en zich op zijn beurt kwalificeert als wettelijk erkend terbeschikkingsteller ( Ondernemer en terbeschikkingsteller kunnen bijv. niet dezelfde persoon zijn. Bij een BV is dat niet het geval omdat de BV een aparte rechtspersoon is). Hiervoor wordt vaak gekozen, omdat de verkrijger anders over de meerwaarde boven de boekwaarde veel belasting moet betalen. Overigens is alleen de overgang door erven vrijgesteld van IB en niet bijvoorbeeld de overgang door fusie.

Niettemin is in veel gevallen de regeling om door te schuiven om zo geen IB verschuldigd te zijn vaak niet mogelijk omdat de erfgenaam niet als terbeschikkingsteller kwalificeert.

Daarnaast is bij erven erfbelasting verschuldigd. Echter: Indien sprake is van een onderneming zijn er heel grote vrijstellingen zodat zo'n belasting vaak niet verschuldigd is dan wel in zeer beperkte mate.)

Terug naar het startpunt van dit artikel:

Zo'n bedrijfspand dat tot het privé-vermogen van vader behoort valt fiscaal onder de ter beschikkingsstellingsregeling. Dit betekent dat het fiscaal hetzelfde wordt behandeld als het ondernemingsvermogen in eenmanszaak of firma van zoon ?  Ja en nee.

Ja, voor de IB wordt het resultaat uit het bedrijfspand net zo belast als de rest van het resultaat uit onderneming. Zo is er ook voor de IB is sinds 1/1/2010 een aftrek van 12 % op het resultaat uit de terbeschikkingstelling, een onbelaste post dus.

Daarnaast zijn bijvoorbeeld de ter  terbeschikkinggestelde bedrijfspanden fiscaal geruisloos tegen de fiscale boekwaarden door te schuiven bij overgang van de onderneming door vererving. Er blijft dan een fiscale IB-claim op zitten, die vooralsnog niet betaald hoeft te worden door de zoon. Dit omdat ook bij hem weer sprake is van een ter beschikkingstellling. Hij stelt het pand namelijk op zijn beurt ter beschikking van de onderneming (lees hier dan de geërfde BV van vader.)

Dit levert hem vaak een tariefvoordeel ( lagere IB-schijf) en een rentevoordeel op. Vooral in familiesituaties is dit een belangrijke voorziening.

Nee in de volgende situatie: Het bedrijfspand is onderdeel van de onderneming. Aan deze TBS zitten bij een bedrijfsopvolging wel fiscale gevolgen. Deze liggen op het terrein van de inkomstenbelasting (IB) als de onderneming geen B.V. is dan wel de onderneming wel een B.V. is, doch het pand niet op naam van de B.V. staat. (Overigens zou het pand, indien het op naam van de B.V. staat geen TBS-pand zijn, maar een bestanddeel van het ondernemingsvermogen zijn).

Dit betekent dat bij een schenking of verkoop aan de zoon afgerekend moet worden voor de IB over de stille reserves in het pand. Deze worden dan als gerealiseerde winst beschouwd en dienovereenkomstig belast met IB. Wel geeft de wet hier de mogelijkheid van uitstel van betaling.

Bij een schenking van zo'n bedrijfspand in privé-eigendom is er in IB aldus geen faciliteit waardoor deze schenking  voor IB over de meerwaarde in de boeken onbelast zou zijn.  Hij kan dan, in tegenstelling tot zijn aandelen in de B.V., waarbij BV eigenaar is van het bedrijfspand, niet fiscaal doorschuiven zonder afrekening met de fiscus en daardoor de belastingclaim aan zijn zoon geven. Vader moet nu over de meerwaarde IB betalen. Dit verschil is door de wetgever beoogd  want hier is geen sprake, zegt de wetgever, van een onderneming doch van een bedrijfspand en daarmee is er ook geen gevaar dat die onderneming door de belastingheffing ter ziele gaat. (Daarom art. 3.63 IB niet van toepassing.). Zo'n schenking kan dan ook gevaarlijk zijn: Het kost een hoop belasting, die op dat moment bij gebrek aan liquiditeit niet betaald kan worden. Er is wel een mogelijkheid tot uitstel van de betaling daarvan, maar het blijft nadelig.

Een voorbeeld:  vader heeft BV en stelt zijn pand ter beschikking van de BV.

Hij schenkt de aandelen samen met het pand aan zijn zoon:

Hij is over de reserves die dan fiscaal vrijkomen geen IB in de vorm van een aanmerkelijk belangheffing verschuldigd. Wel moet zoon tenminste 3 jaar werknemer van de BV zijn geweest.

Over de meerwaarde van het geschonken bedrijfspand is vader wel IB verschuldigd. Hiervoor kan hij dan uitstel vragen.

Evenmin is onbelast voor IB het inbrengen van een TBS-bedrjifspand in een B.V., als onderdeel van een geruisloze omzetting van een eenmanszaak/firma in een B.V.

Het is dus vanuit het perspectief van bedrijfsopvolging bezien verstandig om de B.V. het pand te laten kopen en niet de privé-persoon. Was het pand  indertijd gekocht door de BV, dan was de schenking  van het pand via de aandelenoverdracht aan de bedrijfsopvolger-zoon wel vrijgesteld van IB geweest (voorwaarde is wel dat de zoon 3 jaar in dienst moet zijn.

Ten aanzien van schenk- en erfbelasting:

Nu is zo'n bedrijfspand geen onderneming. Toch faciliteert de schenkbelasting wel deze schenking, dit in tegenstelling tot  IB zoals hiervoor vermeld,  en ook de erfbelasting geeft een vrijstelling voor de vererving. (Namelijk, omdat het om een bedrijfspand of daarop rustende beperkte rechten gaat )  ( IB doet dit niet altijd zoals we gezien hebben bij de schenking van een bedrijfspand).

Andere vermogensbestanddelen komen niet voor deze vrijstelling in aanmerking. Het is dus verstandig deze laatste in de onderneming in te brengen, omdat de onderneming wel onder de BOR valt.

Is er geen sprake van een bedrijfspand maar bijvoorbeeld van een lening door vader aan zijn BV tot aankoop van het bedrijfspand door zijn BV, dan is het van belang dat hij die lening omzet in kapitaal zodat die ook onder de BOR valt.

Voorwaarden voor deze vrijstelling van het bedrijfspand zijn wel, dat:

-      zoon tegelijkertijd met het bedrijfspand ook de onderneming dan wel ook meerdere aandelen in de B.V. of  verwerft;

-      het pand ten dienste van de onderneming van de vennootschap moet staan;

-      voor vererving geldt voorts de eis dat er tenminste 1 jaar resultaat uit het bedrijfspand is oftewel dat erflater het tenminste zolang in bezit heeft ; voor de schenking is dit 5 jaren; deze eis geldt niet indien pand deel uitmaakte van de onderneming zoals in het geval dat het op naam van de BV staat. Dan mag het dus rustig eerder verkocht worden.

-      de TBS mag niet binnen 5 jaar door de zoon beëindigd worden; of het bedrijfspand mag niet binnen 5 jaar ophouden bedrijfspand te zijn; deze eis geldt niet indien pand deel uitmaakt van de onderneming.

Een uitzondering op het voorgaande is de situatie dat de zoon het bedrijfspand verkoopt en daarvoor binnen 6 maanden een nieuw pand koopt. Andere uitzonderingen zijn inbreng van het pand in een vennootschap, geruisloze terugkeer van de onderneming uit de vennootschap en de aandelenfusie.

Conclusie:

Bij overgang van TBS-panden via schenking of vererving zijn een paar fiscale voorzieningen aanwezig. Echter deze zijn beperkt in hun werking. Als TBS-vermogen deel uitmaakt van het ondernemingsvermogen en dus geen TBS-vermogen meer is, zijn er veel betere fiscale voorzieningen voor de zoon/bedrijfsopvolger. Daarom is het verstandig in dat kader TBS-vermogen zoveel mogelijk te mijden en dit vermogen zoveel mogelijk deel te laten zijn van het ondernemingsvermogen binnen de onderneming.

Zijdelings is ook gesproken over bedrijfsopvolging en gevolgen daarvan voor IB. Daaruit blijkt dat altijd kritisch en tijdig bekeken moet worden in hoeverre daarop vooruitgelopen moet worden door tijdig de onderneming uit te gaan oefenen in BV-vorm dan wel de aankoop van het bedrijfspand door de BV te laten doen. Met name als gedacht wordt aan verkoop of schenking dient men hierop bedacht te zijn. Vererving kent in de IB  meer fiscaalvriendelijke  mogelijkheden

 
Ouderlijk huis op naam van de kinderen
There are no translations available.

Er zijn nogal wat mensen die de ouderlijke woning in het verleden op naam van de kinderen hebben gezet. Sinds 2010 pakt dit voor de erfbelasting heel nadelig uit.

Voorbeeld. De ouders zijn 78 en 80 jaar. Zij hebben een klein aanvullend pensioen en een beperkt vermogen. In 1980 hebben zij hun eigen huis op naam van hun twee kinderen laten zetten en daarbij een recht tot gebruik en bewoning (vruchtgebruik) voorbehouden, omdat dit toen voordelig was.

Wetswijziging. Nu blijkt vanwege een wetswijziging in het jaar 2010 dat, ingeval één van de ouders overlijdt, er door de kinderen heel veel erfbelasting moet worden betaald. Sinds 2010 wordt het huis namelijk bij de kinderen belast tegen de laatst vastgestelde WOZ-waarde. Deze is aanmerkelijk hoger dan de waarde van zeg 20 jaar geleden.

Rekenvoorbeeld. Het ouderlijk huis, toen waard € 100.000,-, is overgedragen aan de kinderen tegen € 28.000,-. Onder de oude regeling werd over het verschil van € 72.000,--minus de gederfde rente, 20 jaar lang 6% over € 28.000,- = 38.400,- erfbelasting geheven. Uitgaande van de schijf van 10% was onder de oude regeling € 3.840,- erfbelasting verschuldigd. Tot 2010 werd de gestegen waarde van het huis sinds de overdracht aan de kinderen, 20 jaar geleden, niet belast met erfbelasting.

Nu is het huis op 1 januari 2010 € 500.000,- waard. Sinds 2010 wordt nu het verschil tussen de waarde op het moment van overdracht en de huidige waarde belast. Duidelijk is dat dan over dit verschil van € 400.000,- minus de gederfde rente van 6% over € 28.000,- =  € 366.400,- veel meer erfbelasting betaald moet worden, wel tenminste tien maal zoveel.

Overgangsregeling. Het goede nieuws is dat er nu voor deze oude gevallen alsnog een overgangsregeling wordt getroffen. Op grond hiervan mogen de kinderen bij het overlijden van (een van) hun ouders uitgaan van de waarde van de woning ten tijde van de overdracht, vermeerderd met de waardestijging van 1 januari 2010 tot de overlijdensdatum. Hierdoor wordt een waardestijging tussen het moment van de overdracht en 1 januari 2010 niet meegenomen voor de berekening van de verschuldigde erfbelasting. Dit overgangsrecht geldt ook voor de situaties waarin het vruchtgebruik inmiddels is omgezet in huur.

 

 
Bedrijfsopvolging sinds 2010
There are no translations available.

Oftewel: hoe deze ook te financieren

Directeur/grootaandeelhouder van een besloten vennootschap -hierna te noemen: bv - overlijdt en laat aandelen in zijn bv met onderneming na aan zijn bedrijfsopvolger, die hij bij testament aangewezen heeft. De bedrijfsopvolger aanvaardt de erfenis. Wat gebeurt er nu juridisch en fiscaal in grote lijnen ?

Fiscaal gezien, voor de inkomstenbelasting, hoeft er door vader vanwege staking van zijn onderneming niet over de stakingswinst afgerekend te worden. Door de vererving op de bedrijfsopvolger is hier geen sprake van een staking. De fiscale claim wordt "geruisloos" doorgeschoven naar de verkrijger, waaraan wel fiscaal de eis gesteld wordt, dat hij tenminste 5 jaar het bedrijf voortzet.

Bij vererving is in beginsel erfbelasting verschuldigd. Deze heffing blijft hier (deels) achterwege door de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling sinds 2010, ook kortweg BOR te noemen. Deze regeling geeft onder meer een aantal vrijstellingen. De belangrijkste zijn ten eerste het verschil tussen liquidatiewaarde en waarde going concern van het ondernemingsvermogen, vervolgens een bedrag van € 1006.000,00 en van het meerdere daarboven is nog eens 83 % vrij van erfbelasting.

Deze vrijstellingen zijn onder bepaalde voorwaarden ook van toepassing bij een schenking van de aandelen van de bv.

Wat is in dit kader interessant in de praktijk van de financiering van de opvolging ? Vader heeft een bv. Hij is enig aandeelhouder. Zijn zoon wil het bedrijf overnemen. Hij kan weinig financieren. Vader verkoopt zijn aandelen aan de bv van zijn zoon. Deze bv heeft zoon opgericht met het vereiste minimumkapitaal van € 18.000,--. Meer is hij niet kwijt. Hij koopt via deze bv de aandelen van zijn vader. Hij betaalt vader door hem uit te betalen in preferente aandelen. Vader speelt hier zo de rol van de bank die deze overname en opvolging financiert door deze preferente aandelen als betaling te accepteren. Als aandeelhouder met preferente aandelen heeft hij als beloning recht op een jaarlijkse rente, te voldoen uit de winst van de bv.

Daarnaast spreken vader en zoon af, dat zoon de bestuurder is en het beleid voert. Vader is op de achtergrond adviseur. Zoon en vader spreken ook af hoe vader deze preferente aandelen aan zoon over gaat dragen. Dit kan bijvoorbeeld via een schenking of via verkoop van pakketten gedurende een aantal jaren. Ook vererving kan de weg zijn. Ingeval van schenking of vererving kan dit gebeuren met gebruikmaking van de voormelde grote vrijstellingen voor de schenk- en erfbelasting.

Ondertussen heeft zoon de zeggenschap binnen het bedrijf. Hij is bestuurder en heeft als bijzonder aandeelhouder de zeggenschap inzake bepaalde belangrijke besluiten. In de statuten kan eventueel nog opgenomen worden, dat goedkeuring van de aandeelhouders, waaronder vader, voor bepaalde belangrijke kwesties nodig is.

Daarnaast bestaan mogelijkheden, zoals hierboven al aangestipt, om deze aanpak, in samenwerking met een accountant of fiscalist, ook voor wat betreft inkomsten- en vennootschapsbelasting fiscaal gunstig te regelen.

Vader kan zo, fiscaal gunstig, de preferente aandelen via een testament door de zoon laten erven, voorzover deze aandelen al niet tijdens leven via een schenking of anderszins aan de zoon overgedragen zijn.

Zoonlief kan dan een beroep doen op voormelde vrijstellingen voor schenk- dan wel erfbelasting.

Wel is een eis dat de aandelen daarna tenminste 5 jaar door de nieuwe aandeelhouder gehouden worden. De reden hiervoor is dat de opvolger juridisch en fiscaal hetzelfde bij de onderneming betrokken moet zijn als vader/erflater. Anders vindt fiscaal een herrekening plaats, omdat dan alsnog door de fiscus gezegd wordt, dat er sprake is van een staking van de onderneming en daarmede een vrijval van verborgen winsten.

Conclusie: In een testament kan de bedrijfsopvolger aangewezen worden. Om de financiering voor deze bedrijfsopvolger mogelijk te maken is het van belang om al tijdens leven de omzetting van gewone aandelen in voormelde preferente aandelen te bewerkstelligen. Dit zou ook, als het niet anders kan, in het testament, geregeld kunnen worden.

Over ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen, zoals bijvoorbeeld het bedrijfspand, aan de bv is het volgende te zeggen: hiervoor is fiscaal gezien voor de inkomstenbelasting bij overlijden ook een doorschuiffaciliteit aanwezig.

Ingeval van een schenking is er alleen een mogelijkheid tot uitstel van belastingheffing bij overdracht van de onderneming. De BOR is in beginsel niet van toepassing, behalve ten aanzien van onroerende zaken, die dienstbaar zijn aan de onderneming. De verhuur van het bedrijfspand door directeur grootaandeelhouder valt daar onder.

Een voorbeeld: Dochter erft van vader de aandelen in bv en het bedrijfspand uit het privé-vermogen van vader, ter beschikking gesteld aan de onderneming. In dat geval is de BOR op dit gehele vermogen van toepassing. De eventuele hypotheekschuld in privé op het bedrijfspand kan op het restsaldo van vaders nalatenschap afgetrokken worden, wat tot gevolg heeft dat dochter, gezien de hoogte daarvan, geen erfbelasting hoeft te betalen.

Conclusie: Het is de moeite waard om tijdig naar een bedrijfsopvolging te kijken. Het kan een flinke fiscale slok op een borrel schelen hoe deze vorm krijgt. Van belang is dan ook de overige erfgenamen niet te vergeten. Schretlen Notaris kan u hierin verder helpen.